 |
| |
 |
 |
 |
 |
Visiter la page avec les tests de puissance effectués sur notre banc.(pas de courbes virtuelles) |
 |
|
|
| |
|
|
| Enkele technische toelichtingen: |
Techniek :
Wat verstaat men onder koppel?
Om een motor te kenschetsen, stellen de constructeurs vermogens- en koppelcurven op. Beide gegevens bepalen hoe de motor op de rotatiesnelheid reageert.
HET KOPPEL
Over het algemeen heeft een motor meer koppel naarmate de cilinderinhoud van de motor groter is. Met een hoog koppel is een sterkere versnelling mogelijk: het gevoel dat men tegen zijn zetel wordt gedrukt, is groter. Anderzijds kan met een hoger koppel meer gewicht worden verplaatst. Voor het voortrekken van een caravan, aanhangwagen of grote last worden dan ook vaak dieselvoertuigen gebruikt.
Op de dieselmotoren wordt het koppel bij laag toerental bereikt (tussen 1300 en 2400 tr/min al naargelang het voertuig, waarbij de moderne motoren in de buurt komen van 1300 tr/min). De op de wielen overgedragen kracht is op dat ogenblik het grootst. Een sterk koppel leidt tot een goed acceleratievermogen (men hoeft niet terug te schakelen) en een goede versnelling.
De formule van het koppel is een kracht in functie van een afstand.
Men kan het koppel met een gewichtheffer vergelijken: hij licht een enorm gewicht tot op de hoogte van zijn hoofd op . Hoe groter het opgelichte gewicht, hoe meer kracht de gewichtheffer heeft.
KOPPEL = KRACHT x AFSTAND
Hier wordt de kracht uitgedrukt in Newton, de afstand in meter.
De koppelcurve die haar maximum in de lage zone van de toerenteller heeft, daalt snel in de hoge zone van de toerenteller. Een andere parameter neemt het dan over...
HET VERMOGEN
Het vermogen is een arbeid verricht in een bepaalde tijd. Het hangt dus af van het koppel maar ook van de snelheid waarmee de motor draait. Hoe sneller de motor draait, hoe meer het vermogen toeneemt... tot aan een limiet die bij dieselmotoren tussen 4000 en 4500 tr/min ligt. Het vermogen van de motor heeft een invloed op de snelheid van het voertuig.
Men berekent het vermogen door het koppel met de snelheid van de motor te vermenigvuldigen.
Men kan het vermogen met twee sportmannen vergelijken: de eerste licht 120 kg op in 1 minuut. De tweede licht 120 kg op in 30 seconden. In één minuut zal de tweede atleet 240 kg hebben opgelicht, hij is dus sterker.
VERMOGEN = KOPPEL/TIJD
of
VERMOGEN = KRACHT x SNELHEID
Het vermogen wordt uitgedrukt in Watt (W) of in paardenkracht DIN (pk). Het koppel in newtonmeter en de snelheid in radialen per seconde.
Ter informatie: 1 pk DIN = 735.5 W.
HET MOTORREGIME
De motor is het aangenaamst en het soepelst tussen de maximumkoppelzone en de maximumvermogenzone. Buiten deze zone is de motor niet performant. De beste zone ligt zich tussen 1500 en 4000 tr/min: binnen dit bereik verbruikt de motor het minst.
Bij een lager toerental verbruikt de motor weinig maar kan hij de gevraagde inspanning niet leveren: hij trilt, sputtert tegen en zelfs als men de versnellingspedaal helemaal indrukt, gaat de naald van de toerenteller niet omhoog. Gewoonlijk betekent dit dat het koppel of het vermogen ontoereikend is.
Bij een hoger toerental verbruikt de motor veel meer dan hij werkelijk nodig heeft en verslijt hij sneller: met moet naar een hogere versnelling schakelen of vertragen (doorgaans rijden dieselpersonenauto's bij meer dan 3500 tr/min in 5e meer dan 140 km/u).
De zone 3500 tot 4000 tr/min zou bij een diesel als reservezone moeten worden beschouwd (bv. bij het voorbijsteken).
Dieselmotoren geven meer vermogen tot 4200 tr/min en dan volgt er een plotse daling. Hun koppels zijn vanaf 3500 tr/min niet langer interessant.
De benzinemotor geeft een meer lineair vermogen, maar vooral tot 5500 tr/min (de curven zijn niet helemaal juist), wat toch 1000 tr/min meer is dan bij de dieselmotor. Het koppel is bij minder dan 2000 tr/min niet interessant, in tegenstelling tot de dieselmotor die bij laag regime een beter acceleratievermogen mogelijk maakt...
Voor een dieselmotor is het tijdens de inrijperiode raadzaam om in de zone 1800 tot 3000 tr/min te rijden: aangezien motoren thans tot op een 100e micron nauwkeurig worden geproduceerd, is inrijden niet langer verplicht, maar dankzij deze voorzorg kunnen de verschillende bewegende onderdelen hun plaats "vinden"...
|
|
 |